Welmoed, mijn cognitieve tomtom
En dan ineens krijg je op een dag bericht dat er plek is bij de dieetiste waar ik een paar kilo geleden naartoe was doorverwezen. Ineens draait mijn hoofd weer overuren, want hoe moet ik me nu weer uit deze situatie gaan redden:
wel gaan, niet gaan, wel gaan, niet gaan?
In een gesprek met S. had ik namelijk min of meer besloten dat ik het allemaal wel wéét op het gebied van eten. Máár dat ik het niet dóé… en dat het wellicht zinvoller is om dáár iets aan te doen (als ik dat überhaupt momenteel wil) dan dat ik wéér bezig moet gaan met het bereiken van een BMI 20, het eten van tientallen boterhammen en het voorkomen van compensatie gedrag.
Tevens ben ik bang dat die die*et*ist allerlei info heeft van de RV, zodat ze dus wéét hoeveel ik woog en wat ik allemaal daar gedaan heb. Aan de ene kant goed, maar aan de andere kant voelt het ineens heel onveilig. En dus wil ik ‘wegrennen’.
Daar komt dan eigenlijk heel erg stiekem bij dat ik gewoon bang ben dat er een ‘nieuwe’ in de plaats van Welmoed komt. En dat kan en mag gewoon niet… Ik zou het heel fijn vinden aan de ene kant om eens een keer níét aan Welmoed te denken, maar aan de andere kant kan ik me dat ook niet meer voorstellen. Vaak bedenk ik wat Welmoed zou zeggen over bepaalde situaties en dan gedraag ik me daar dus naar. ‘Welmoed’ is dus een soort van automatische cognitieve ‘tomtom’ (lees: cognitief schema) in mijn hoofd geworden. En dát voelt prettig en fijn… en ik wíl dus helemaal geen ander.
Ook blijf ik bang voor dat BMI 20. Tegen anderen zeg ik altijd heel stoer dat je het verschil tussen 19 en 20 écht niet zal zien (‘t is ‘maar’ 3kg). maar zodra het over mijn getalletjes gaat piep ik wel anders en ineens ben ik niet zo stoer meer. En dus wil ik wegrennen… raakt mijn hoofd in paniek en blijkt mijn automatische tomtom ineens geen bruikbaar GPS signaal meer te kunnen ontvangen, waardoor ik die échte Welmoed weer heel erg mis.